(072) - 844 09 10

Opvoedcafé: loop binnen voor advies

Het Opvoedcafe is een laagdrempelige, vriendelijke ruimte waar je kunt binnenlopen voor advies, maar ook kunt rondsnuffelen in onze uitgebreide boekencollectie.

Contact >

Veelgestelde vragen

Baby's, peuters en kleuters (lees meer)

Hoe ontwikkelt mijn baby een goed slaappatroon?
Eén van de eerste uitdagingen is je pasgeboren baby te helpen bij het ontwikkelen van een slaapritme. Vanaf de eerste dag kun je dingen doen die het voor je baby makkelijk maken om in te slapen en een goed slaappatroon te ontwikkelen. Elke baby wordt ’s nachts een paar keer wakker. Belangrijk is dan ook dat je baby leert om zelf weer in slaap te vallen als dat gebeurt. In de eerste drie maanden heeft je baby een onregelmatig slaappatroon met veel korte slaapjes, verdeeld over de dag en de nacht. Baby’s die borstvoeding krijgen hebben vaker behoefte aan voeding dan baby’s met flesvoeding en worden vaak om de twee uur wakker. Tussen de drie en zes maanden ontwikkelt je baby meer regelmaat in het slaappatroon. Hij/zij slaapt langer en blijft tussendoor langer wakker. De slaap is dieper en je baby is moeilijker wakker te maken. Wanneer je baby ouder dan 6 maanden is, is hij/zij meestal drie tot vier uur wakker gedurende de dag. Rond de 9 maanden proberen ze zelfs als ze moe zijn wakker te blijven. Nieuwe dingen leren, zoals gaan kruipen, kan effect hebben op het slaapritme.

-Zorg dat de babykamer een prettige slaapplek is: goed geventileerd, met een constante temperatuur en rookvrij. Maak de wieg ‘kort’ op en leg je baby met de voetjes vlak bij de onderkant van de wieg, zodat hij/zij zich niet onder het beddengoed kan wriemelen.

-Werk aan een regelmatig slaappatroon, zoals slapen - wakker zijn - gevoed worden - spelen - slapen enz. Probeer te voorkomen dat je baby in slaap valt vlak voor de voedingstijd of als de luier nog verschoond moet worden. Als je eenmaal een ritme hebt ontwikkeld, houd dan die regelmaat vast en vermijd dat vaste slaaptijden worden verstoord.

-Ontwikkel een vast ritueel voor het slapen gaan. Doe vooraf rustige dingen die weinig prikkels geven. Leg je baby in de wieg, doe het licht uit en praat op zachte toon. Zeg welterusten en ga de kamer uit voordat je baby in slaap valt. Als je eenmaal een bepaald ritueel hebt, doe het dan elke avond op dezelfde manier.

-Leg je baby wakker in bed. Het is belangrijk dat hij/zij leert in slaap te vallen zonder jouw hulp. Als je baby in slaap valt tijdens het voeden, stop dan met de voeding en leg hem/haar zonder wakker te maken in bed. Probeer de volgende keer voeding en in slaap vallen te scheiden door bijvoorbeeld eerder te voeden.

-Wacht en luister als je baby wakker wordt. Meteen gaan kijken kan je baby eerder wakker maken in plaats van dat hij/zij weer tot rust komt. Probeer wel te reageren voordat je baby overstuur raakt.

-Na drie tot zes maanden is het normaal gesproken niet langer nodig je baby ’s nachts te voeden. Je kunt nu besluiten om hier mee te stoppen. De eerste maanden heeft je baby misschien hulp nodig om hieraan te wennen en zal ’s nachts wakker worden. Het kan kalmerend zijn om hem/haar zachtjes te strelen of op het ruggetje te kloppen. Zuigen op een fopspeen kan je baby ook helpen om tot rust te komen.
Hoe ga ik om met de eenkennigheid van mijn baby?
De meeste baby’s hebben een fase waarbij ze angstig en terughoudend reageren op onbekende mensen. Ze willen niet meer zomaar van hun ouders gescheiden worden. Dit noemen we ‘scheidingsangst’. Je kindje kan zich uiten door huilen, schreeuwen of zich aan je vastklampen. Het is normaal gedrag dat past bij de sociale ontwikkeling en verdwijnt vaak weer rond de tweede verjaardag.

Baby’s/jonge kinderen die naar de crèche gaan zijn er aan gewend dat hun ouders komen en gaan en dat ze door meerdere volwassenen verzorgd worden. Zij vertonen vaak minder scheidingsangst.

-Besteed tijd en aandacht aan je kindje. Kinderen kunnen beter omgaan met nieuwe uitdagingen als ze veel warme, zorgzame en plezierige ervaringen met hun ouders hebben.

-Beperk het aantal scheidingen. Als je thuis bent, blijf dan zoveel mogelijk bij je kindje in de buurt tijdens dagelijkse activiteiten. Praat tegen je kindje, zodat hij/zij weet dat je er bent. Probeer niet ongemerkt de kamer uit te glippen.

-Laat je familie en vrienden weten dat je kindje in deze fase zit. Stel voor dat ze het contact langzaam opbouwen door te lachen, te praten of speelgoed aan te bieden. Dwing je kind niet om door iemand vastgehouden te worden. Dit kan de situatie verergeren.

-Geef je kindje de tijd om aan anderen te wennen. Laat hem/haar bij jou in de buurt blijven. Neem vertrouwde spulletjes mee naar vreemde plaatsen, zoals een dekentje of een knuffel.

-Blijf rustig als je kindje overstuur is. Hij/zij heeft dan juist behoefte aan zelfverzekerde ouders. Door kalm met hem/haar om te gaan laat je voelen dat de situatie veilig is.
Wat kan ik doen als mijn baby huilt?
Reageren op een huilende baby (nadat aan alle directe behoeften is voldaan)
-Neem de baby in je armen, ga in een gemakkelijke stoel zitten en kijk naar de baby. Houdt hem rustig vast zonder de baby te bewegen.
-Probeer je te ontspannen. Wees je bewust van je ademhaling.
-Praat tegen je baby. Zeg wat je voor hem/haar voelt. Probeer te bedenken wat de oorzaak van het huilen zou kunnen zijn en deel die gedachten met je baby. Bijvoorbeeld: ‘heb je een moeilijk dagje? Misschien zijn we vandaag te druk geweest.’
Wees je bewust van eigen emoties. Probeer niet je eigen tranen tegen te houden als je die voelt opkomen.
-Houd je baby liefdevol in je armen tot hij vanzelf ophoudt met huilen.

Hoe krijg je een tevreden baby
-Besteed aandacht en tijd aan je baby als hij rustig is.Als je baby wakker en rustig is, zoek dan oogcontact terwijl je zachtjes tegen hem praat, aait, wiegt, draagt, met hem speelt, hem knuffelt of met hem rondloopt. Je kunt ook muziek opzetten en met hem dansen. Dit is zowel voor jou als de baby genieten.
-Geef je baby iets te doen.Als je baby wakker en rustig is, geef hem dan iets om naar te kijken of om aan te
raken. Plaats een speelgoedje of ander interessant voorwerp, zoals een mobile of rammelaar op 20 of 30 centimeter voor hem. Laat je baby regelmatig van positie veranderen en geef hem nieuwe dingen om naar te kijken of te doen. Baby’s kijken graag naar dingen met duidelijke kleuren en contrasten.
-Je baby dragen.Het werd al bij de eerste tip van deze reeks aangegeven, draag je baby. Als hij wakker en rustig is, is het voor beiden leuk en fijn om zulk direct contact te hebben. Als je zelf iets te doen hebt, kan het handig zijn om een draagzak te gebruiken.
-Zorg dat je tijd voor jezelf neemt.
Als moeder wil je er altijd zijn voor je kindje en vergeet je weleens tijd voor jezelf te
nemen. Sommige moeders voelen zich schuldig als ze dit doen. Het is echter belangrijk dat je ook tijd voor jezelf neemt. Voor de sociale ontwikkeling van het kind is het belangrijk dat het ook tijd doorbrengt met andere mensen wat op deze manier
mooi gecombineerd kan worden.
-Lees voor. Voorlezen is een geweldige manier om een band te krijgen en stimuleert ook nog
eens de taalontwikkeling. Een aanrader zijn grote boeken met dikke pagina's, die eenvoudige, grote illustraties bevatten.

Kinderen op de basisschool (lees meer)

Hoe leer ik mijn kind verstandig omgaan met internet?
Sinds de opmars van de computer hebben ouders er een nieuw ‘opvoedterrein’ bij. Kinderen hebben niet alleen een leven op school, bij vrienden of bij een club, maar ook op het internet. Ze kunnen op internet veel informatie vinden voor bijvoorbeeld een spreekbeurt. Daarnaast kunnen ze er gamen, vrienden ontmoeten en lekker met elkaar kletsen. Ze doen dit dan ook veelvuldig. Van alle kinderen zit 90% regelmatig op het internet. Omdat internet een afspiegeling is van het gewone leven, kunnen ze er ook lastig gevallen worden, op pornografisch materiaal stuiten of gepest worden. In het echte leven zijn er net als op internet plaatsen waar ze niet moeten komen of personen die ze niet moeten ontmoeten. Over het algemeen kennen kinderen de mogelijkheden van de computer beter dan hun ouders. Ze beschikken echter nog niet over de levenservaring die je als ouder wel hebt. Ze kunnen de gevolgen van hun handelen niet altijd overzien en hebben jou als ouder nodig om veilig te internetten. Als ouder heb je wel enige digitale basiskennis nodig om je kind goed te kunnen begeleiden. Meer informatie hierover is te vinden op www.mijnkindonline.nl. Hier vind je ook informatie over mogelijkheden om je computer te beveiligen.

Hieronder volgen enkele tips:

-Praat met je kind over wat hij/zij allemaal tegenkomt op het internet. Het wordt op deze manier een gewoonte om belevenissen en informatie te delen met elkaar. Dit kan van groot belang zijn als je kind iets meemaakt op het internet waarvan hij/zij geschrokken is.
-Leer je kind hoe hij/zij veilig kan internetten. Zo is het belangrijk dat:
Je kind geen persoonlijke informatie achter laat op het net. Denk hierbij aan naam, adres, geboortedatum, woonplaats, naam van de school, namen van broers en zussen enz.
* Je kind een nickname (nep naam) gebruikt. Bedenk er samen één die geschikt is.
* Je kind nooit mailtjes van onbekenden opent. Dit in verband met het binnen halen van virussen.
* Je kind zich nooit ergens aanmeldt zonder jouw toestemming. Ook niet tijdens een spelletje of voor cadeaus en/of spaarpunten. Als je kind zich aanmeldt bij een site met commerciële doeleinden dan loop je het risico veel spam te ontvangen.

-Maak voor het gebruik van de computer duidelijke afspraken en stel regels op. Leg uit dat die regels bedoeld zijn om kinderen te beschermen. Vertel ook dat ze geen straf krijgen als het per ongeluk toch gebeurt dat ze sites zien die alleen voor volwassenen bedoeld zijn. Als hier een straf voor is dan zullen ze eventueel ‘schokkende beelden’ niet meer met jou bespreken. Vertel dat regels die in het gewone leven gelden ook op het internet gelden. Bijvoorbeeld; geen grof taalgebruik of pestgedrag.
-Kinderen vinden het vaak moeilijk om uit zichzelf maat te houden in computergebruik. Voor de ontwikkeling van kinderen is het belangrijk dat ze van alles ondernemen en niet alleen achter de computer zitten. Daarbij kunnen kinderen overgewicht ontwikkelen of last krijgen van RSI als ze te veel computeren. Zorg daarom dat je kind niet te lang achter elkaar achter de computer zit (maximaal 45 minuten) en dat tegenover een uur stil zitten achter de computer een uur beweging staat.
-Blijf in de buurt als je kind vrij gaat surfen op het internet. Zorg dus dat de computer op een plek staat waar je zicht op hebt. Zo heb je de mogelijkheid om na te gaan “waar”en “met wie”je kind omgaat en weet je of je kind zich aan de afspraken en regels houdt. Geef een complimentje als je kind zich aan de regels en afspraken houdt. Pas een logische consequentie toe als je kind zich niet aan de afspraken en regels houdt.
-Vanaf zijn negende jaar kun je je kind langzaam meer ruimte gaan geven op het internet. Het is belangrijk dat kinderen steeds meer vrijheid krijgen waarin ze kunnen laten zien dat ze de verantwoordelijkheid om zelfstandig te internetten aan kunnen. Hieraan voorafgaand is immers al een hele periode van regels en afspraken geweest waarin je kind heeft kunnen leren hoe hij/zij op een goede manier om kan gaan met de computer. Dit betekent niet dat je het helemaal kunt loslaten. Het wordt steeds meer een kwestie van ‘op de hoogte blijven’ van alles dat je kind meemaakt op het web. In gesprek blijven hierover is het allerbelangrijkste.
Welke signalen wijzen erop dat mijn kind wordt gepest?
Pesten komt veel voor onder kinderen in de basisschoolleeftijd. Ongeveer één op de vijf kinderen wordt minstens een keer per week gepest. Pesten kan zich afspelen in het zicht van andere kinderen, maar wordt meestal verborgen gehouden voor volwassenen. Het kan voor kinderen een hele traumatische ervaring zijn en het zelfbeeld en de houding tegenover school aantasten.

Bepaalde signalen kunnen er op wijzen dat je kind gepest wordt:
-Verlegen gedrag naar andere kinderen
-Moeite hebben om zichzelf te uiten
-Negatief zelfbeeld of zichzelf kleineren
-Van streek lijken, angstig of verdrietig zijn
-Weigeren om bijvoorbeeld naar school of een sportclub te gaan
-Achteruitgang van de leerprestaties
-Isolement, zoals niemand hebben om mee te spelen tijdens de pauzes
Wat kan ik doen als mijn kind gepest wordt?
Hieronder volgen enkele tips:
-Negeer pesten nooit en laat het aanpakken van een pestkop niet aan je kind over. Vertel je kind wat je er aan gaat doen. Praat met mensen die de leiding hebben op de plek waar het pesten zich voordoet.
-Als je weet of vermoedt dat je kind wordt gepest, moedig hem/haar dan aan om precies te beschrijven wat er is gebeurd. Probeer er achter te komen of het al eerder is gebeurd en zo ja hoe vaak. Vraag wat je kind daarna deed en dring aan op precieze details. De situatie naspelen kan ook nuttig zijn.
-Blijf rustig. Als je heftig reageert en dreigt de ouders van de pestkop of de school te bellen, kan je kind gaan smeken om niets te zeggen of besluiten in het vervolg zijn/haar mond te houden. Neem niet als vanzelfsprekend aan dat de pestkop overal de schuld van is. Misschien heeft je kind hem of haar geplaagd of uitgedaagd.
-Zet alle feiten op een rijtje en zeg tegen je kind dat het pesten een probleem is en dat jullie samen aan een oplossing gaan werken.
-De meeste kinderen zoeken de oorzaak van het pesten in het karakter van de pestkop. Leg uit dat er verschillende redenen voor pesten kunnen zijn. Bijvoorbeeld omdat de pestkop zelf weinig vrienden heeft.

Kinderen in de puberteit (lees meer)

Drinkt je kind energiedrankjes?
Energiedrankjes zijn populair onder jongeren. Voorbeelden van energiedrankjes zijn; Red Bull, Buirn, Monster en Bullit. Energiedrankjes zijn frisdranken met veel calorieën door de aanwezige suikers. Als voorbeeld: in een flesje AA drank van 330 ml zitten 14 Suikerklontjes (en 263 Kcal), in een flesje Extran Energy van 330 ml zitten 10 suikerklontjes (en 200 Kcal). Je kind krijgt er niet meer energie door. Wel geven deze energiedrankjes een oppeppend effect door de stoffen cafeïne, taurine en glucurono-lacton. Je kind krijgt er tijdelijk een energieboost van, en doet dan vaak meer dan hij normaal zou doen of is bijvoorbeeld langer wakker, waardoor hij de volgende dag moe is en een grotere kans heeft opnieuw een energiedrankje te nemen.

Door het hoge suikergehalte zijn de energiedrankjes ongeschikt als sportdrank. Het vertraagt de vochtopname in de darmen. Hierdoor kan het lichaam uitdrogen.

Het is goed om te weten dat het gebruik van energiedrankjes in combinatie met alcohol risico’s met zich meebrengt. Hierbij kan je denken aan vertraagde reactiesnelheid en je beter voelt dan je in werkelijkheid bent.

Tip 1:
Praat met je kind over het gebruik van energiedrankjes en de gezondheidsrisico’s.

Tip 2:
Laat je kind onder de leeftijd van 13 jaar geen energiedrankjes drinken.

Tip 3:
Laat je kind in de leeftijd van 13 tot 18 jaar maximaal 1 blikje energiedrank drinken per dag.

Tip 4:
Maak afspraken met je kind hoe vaak in de week hij/zij een blikje energiedrank mag.

Tip 5:
Wanneer je kind energiedrankjes drinkt, adviseer hem/haar ook voldoende water te drinken om uitdroging van het lichaam te voorkomen. Zeker bij warm weer, extreme inspanning of in combinatie van alcohol.

Tip 6:
Probeer ervoor te zorgen dat je kind na het avondeten geen energiedrankjes meer drinkt, want dit kan het slaapritme verstoren.

Tip 7:
Help je kind bij het leren omgaan met sociale druk van vrienden, door hierover te praten.

Blog

06 januari, 2016
Mogelijke oorzaken, tips en tricks om het eten van je peuter te stimuleren.